In dit hoofdstuk laten we het verloop van het financieel meerjarenperspectief 2027-2030 zien. Het gaat om de stap van Perspectiefnota naar deze Programmabegroting. Daarnaast geven we inzicht in het structurele begrotingssaldo, de ontwikkeling van de algemene reserve en de weerstandsratio.
Financiële Hoofdlijnen
Financieel meerjarenperspectief 2027-2030
| Exploitatie | Begroting 2027 Progr.begr. 2027-2030 | Begroting 2028 Progr.begr. 2027-2030 | Begroting 2029 Progr.begr. 2027-2030 | Begroting 2030 Progr.begr. 2027-2030 | Aanvr. Mut. Begr. 2027 Progr.begr. 2027-2030 | Aanvr. Mut. Begr. 2028 Progr.begr. 2027-2030 | Aanvr. Mut. Begr. 2029 Progr.begr. 2027-2030 | Aanvr. Mut. Begr. 2030 Progr.begr. 2027-2030 | Prim.begr. 2027 klad | Prim.begr. 2028 klad | Prim.begr. 2029 klad | Prim.begr. 2030 klad | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1. Veiligheid | -3.045 | -3.131 | -3.181 | -3.236 | -66 | -55 | -55 | -110 | -2.978 | -3.075 | -3.126 | -3.126 | |
| 2. Vitale samenleving voor iedereen | -32.119 | -31.958 | -31.108 | -32.001 | 237 | 891 | 3.017 | 2.124 | -32.356 | -32.849 | -34.125 | -34.125 | |
| 3. Onze leefomgeving | -9.140 | -9.915 | -10.298 | -12.004 | -458 | -342 | -310 | -2.017 | -8.682 | -9.572 | -9.987 | -9.987 | |
| 4. Gemeentelijke toekomst en bestuur | -14.786 | -15.151 | -15.355 | -14.730 | -1.236 | -1.080 | -1.056 | -435 | -13.551 | -14.071 | -14.299 | -14.294 | |
| 5. Verantwoord vooruit | -37 | -321 | -458 | -446 | -695 | -724 | -723 | -710 | 658 | 403 | 265 | 265 | |
| 6. Vluchtelingenopvang en integratie | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |
| 7. Financiën | 59.204 | 59.196 | 60.015 | 62.562 | 1.735 | 625 | -1.023 | 1.920 | 57.469 | 58.571 | 61.038 | 60.643 | |
| Saldo incl. bestemmingen | 78 | -1.280 | -385 | 147 | -482 | -687 | -150 | 772 | 560 | -593 | -235 | -625 | |
Financieel meerjarenperspectief 2027-2030
Terug naar navigatie - Financiële Hoofdlijnen - Financieel meerjarenperspectief 2027-2030| Tabel 1 (Bedragen x 1.000) | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|
| Saldo Perspectiefnota 2027-2030 | € 560 | -€ 593 | -€ 235 | -€ 625 |
| Besluiten genomen door raad of college | € 23 | € 154 | € 161 | € 48 |
| Autonome ontwikkelingen | € 1.392 | € 1.203 | € 1.220 | € 2.623 |
| Ontwikkelingen bestaand beleid | -€ 951 | -€ 971 | -€ 405 | -€ 270 |
| Nieuw beleid | -€ 946 | -€ 1.073 | -€ 1.127 | -€ 1.630 |
| Financieel meerjarenperspectief 2027-2030 | € 78 | -€ 1.280 | -€ 385 | € 147 |
In tabel 1 staat het financieel meerjarenperspectief voor de jaren 2027-2030. Hierin zijn de belangrijkste wijzigingen opgenomen ten opzichte van de Perspectiefnota 2027-2030.
Besluiten genomen door raad of college
In deze programmabegroting zijn een aantal besluiten met structurele consequenties door raad en college verwerkt. De voornaamste wijzigingen zijn het beheerplan wegen (€ 88.000 structureel nadelig), de nota investeren en afschrijven (€ 98.000 structureel voordelig), het biodiversiteitsplan (per saldo neutraal) en de begrotingen van gemeenschappelijke regelingen (omvang van het nadeel wisselt per jaar).
Autonome ontwikkelingen
De autonome ontwikkelingen laten een fors positief effect op de meerjarenbegroting zien. Er zijn twee ontwikkelingen die een significant positief effect hebben. De algemene uitkering uit het gemeentefonds valt hoger uit (€ 1,6 miljoen in 2027). Hierover bent u geïnformeerd in de raadsinformatiebrief over de meicirculaire 2026 (D485097). In 2029 en 2030 is er een korting op het gemeentefonds vanwege de afschaffing van hulp in de huishouding, maar aangezien er ook lasten vervallen heeft dit per saldo geen invloed op de begroting. Hoewel de algemene uitkering op dit moment een gunstige ontwikkeling laat zien, blijft de onderliggende systematiek gevoelig voor schommelingen. Zo kan een kleine verschuiving in één van de maatstaven een nadeel van € 600.000 als gevolg hebben.
De tweede ontwikkeling is een bijstelling van de kosten van jeugdzorg. In de perspectiefnota is u een verlaging van de kosten gemeld. Deze ontwikkeling zet zich in die mate door dat er in deze begroting nog een voordeel van € 1,1 miljoen voor 2027 met structurele doorwerking naar de latere jaren is verwerkt. Met name het aantal jeugdigen in dure zorgtrajecten neemt af. Dit betekent ook dat de kosten van jeugdzorg grillig kunnen verlopen. Als dit aantal weer zou toenemen, stijgen de kosten snel.
Tegenover deze grotere positieve ontwikkelingen blijven de nadelige ontwikkelingen van kleine omvang. De actualisatie van formatie heeft zeer beperkte consequenties voor het begrotingssaldo. De verwachte ontwikkelingen van de loonvoet wijkt nauwelijks af van de raming van vorig jaar. Eventuele uitbreidingen in formatie worden gedekt uit bestaande budgetten.
Bij de kapitaallasten is wel sprake van een structureel nadeel van € 217.000 vanwege de elektrificatie van de voertuigen. Maar dit wordt grotendeels gecompenseerd door lagere afschrijvingen die voortkomen uit het actualiseren van de investeringsplanning.
De prijsontwikkeling zoals het CPB die in haar raming van dit jaar publiceerde (CEP 2026) komt in grote lijnen overeen met die van vorig jaar. De indexaties laten een gemiddelde toename van de lasten zien van € 243.000.
Een forse autonome ontwikkeling is de voorgenomen afschaffing van de hulp in de huishouding en het invoeren van een vangnetregeling. Het kabinet wil dit per 2029 invoeren. De algemene uitkering wordt per saldo met € 1.263.000 gekort. Welke consequenties dit precies gaat hebben voor de uitvoering van de WMO in Brummen, zal de komende jaren uitgewerkt moeten worden.
Ontwikkelingen bestaand beleid
Er zijn een aantal ontwikkelingen in het bestaande beleid verwerkt in deze begroting. Binnen het sociaal domein wordt ingezet op meer begeleiding voor inburgering en re-integratie, vroegsignalering voor schuldhulpverlening en de beweging naar het voorveld binnen jeugdzorg. Deze intensiveringen worden voor twee jaar ingezet en bedragen € 527.000 in 2027 en € 560.000 in 2028. In het tweede jaar wordt geëvalueerd of de beoogde effecten worden bereikt en of de trajecten een vervolg krijgen.
De voornaamste ontwikkeling binnen het fysieke domein is een verlaging van de verwachte inkomsten uit bouwleges. De afgelopen twee jaar is deze post een aantal keer bijgesteld. We verwachten € 170.500 aan lagere opbrengsten. Daarnaast is de bezuiniging op ecologisch bermbeheer uit 2026 teruggedraaid. In de jaren 2027 tot en met 2029 wordt hier € 135.000 extra voor beschikbaar gesteld. In 2029 wordt ook hier geëvalueerd en beoordeeld of het structurele inzet zou moeten worden.
Op het gebied van bedrijfsvoering is in deze begroting de implementatie van een publicatieplatform in het kader van de WOO opgenomen. Per medio 2027 zijn alle overheden verplicht om een publicatieplatform te hebben en daar 17 informatiecategorieën actief op publiceren. Dit betekent incidenteel € 245.000 voor de implementatie en € 205.000 voor licenties en functioneel beheer van de applicatie.
Nu duidelijk is geworden dat het COA geen AZC gaat vestigen op de Michaëlshoeve, zal gekeken moeten worden naar een nieuwe locatie. Voor onderzoek en ontwikkeling verwachten we in 2027 € 400.000 aan kosten. Deze worden onttrokken aan de reserve opvang bijzondere doelgroepen.
Nieuw beleid
De voornaamste post aan nieuw beleid in deze begroting is een reservering voor extra capaciteit in het kader van de herindeling. Hier is de komende jaren een oplopende post van € 700.000 in 2027 tot € 1 miljoen in 2029 voor opgenomen.
Daarnaast zijn ook de verwachte jaarlijkse lasten van het Dorpshuis Brummen en het PAKhuis Eerbeek opgenomen. Op dit moment wordt hier een bedrag verwacht van respectievelijk € 0,5 miljoen en € 1 miljoen vanaf 2030.
Bij de beleidsvelden in de programma's wordt nader ingegaan op de financiële ontwikkelingen.
Overzicht incidentele lasten en baten
Terug naar navigatie - Financiële Hoofdlijnen - Overzicht incidentele lasten en baten| Tabel 2 (Bedragen x 1.000) | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Structureel begrotingssaldo | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |||
| Lasten exclusief mutaties reserves | -€ 81.569 | -€ 80.269 | -€ 80.388 | -€ 82.232 | |||
| Baten exclusief mutaties reserves | € 81.764 | € 79.017 | € 80.038 | € 82.533 | |||
| Geraamd saldo van baten en lasten | € 194 | -€ 1.252 | -€ 350 | € 301 | |||
| Toevoegingen reserves | -€ 3.530 | -€ 743 | -€ 752 | -€ 761 | |||
| Onttrekkingen reserves | € 3.414 | € 716 | € 717 | € 607 | |||
| Geraamd resultaat | € 78 | -€ 1.280 | -€ 385 | € 147 | |||
| Incidentele lasten | € 6.100 | € 3.078 | € 2.404 | € 903 | |||
| Incidentele baten | -€ 3.375 | -€ 827 | -€ 833 | -€ 439 | |||
| Incidentele toevoegingen reserves | € 2.796 | € 0 | € 0 | € 0 | |||
| Incidentele onttrekkingen reserves | -€ 3.054 | -€ 355 | -€ 355 | -€ 244 | |||
| Structureel meerjarenperspectief | € 2.545 | € 617 | € 832 | € 367 | |||
In tabel 2 wordt inzicht gegeven in de mutaties tussen het totale financiële meerjarenperspectief en het structurele meerjarenperspectief. Op dit moment is er sprake van een structureel sluitende begroting in alle begrotingsjaren. Een gedetailleerd overzicht van de incidentele bedragen vindt u in de financiële begroting.
Ontwikkeling weerstandsratio
Terug naar navigatie - Financiële Hoofdlijnen - Ontwikkeling weerstandsratio| Tabel 3 (Bedragen x 1.000) | 31/12/2026 | 31/12/2027 | 31/12/2028 | 31/12/2029 | 31/12/2030 | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Weerstandsvermogen | ||||||||
| - Algemene reserve | € 9.889 | € 10.854 | € 10.931 | € 9.652 | € 9.267 | |||
| - Behoedzaamheidsreserve | € 2.898 | € 2.898 | € 2.898 | € 2.898 | € 2.898 | |||
| - Post onvoorzien | € 20 | € 20 | € 20 | € 20 | € 20 | |||
| Geïnventariseerde risico's | € 5.667 | € 5.667 | € 5.667 | € 5.667 | € 5.667 | |||
| Ontwikkeling weerstandsratio | 2,3 | 2,4 | 2,4 | 2,2 | 2,2 | |||
In tabel 3 is de ontwikkeling van het weerstandsvermogen en de weerstandsratio weergegeven tot eind 2030. Het weerstandsvermogen wordt bepaald door de hoogte van de algemene reserve, de behoedzaamheidsreserve en de post onvoorzien. Dit wordt afgezet tegenover de geïnventariseerde risico's. De resulterende weerstandsratio geeft een beeld van in welke mate de gemeente ertoe in staat is om tegenvallers (incidenteel) op te kunnen vangen. Dit is nader uitgewerkt in paragraaf B. Weerstandsvermogen en Risicobeheersing.
De algemene reserve groeit in omvang door positieve saldi in 2027 en 2030. Door negatieve saldi in 2028 en 2029 neemt de reserve af. Hoewel ook de risico's zijn toegenomen, blijft de weerstandsratio ruim boven het streefcijfer van 1,6 weerstandsratio.
Vaststelling
Terug naar navigatie - Financiële Hoofdlijnen - VaststellingAldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 12 november 2026
De gemeenteraad van Brummen,
M.E.A. Knook J.N. Rozendaal
griffier voorzitter