B. Weerstandvermogen en Risicobeheersing

Inleiding

Terug naar navigatie - B. Weerstandvermogen en Risicobeheersing - Inleiding

De grondslag voor deze paragraaf vinden we terug in artikel 11 van het BBV. Deze paragraaf gaat over de actuele risico’s die we zien en het vermogen om deze risico’s op te vangen. Maar ook over het beleid dat hieraan ten grondslag ligt. En tenslotte hoe de financiële positie van de gemeente Brummen zich ontwikkelt aan de hand van 6 financiële kengetallen. De opbouw van deze paragraaf ziet er als volgt uit:

  • het beleid dat op de weerstandscapaciteit en de risico’s van toepassing is;
  • de inventarisatie van de weerstandscapaciteit;
  • de inventarisatie van de risico’s;
  • de weerstandsratio
  • de financiële kengetallen

Beleid weerstandscapaciteit en risico's

Terug naar navigatie - B. Weerstandvermogen en Risicobeheersing - Beleid weerstandscapaciteit en risico's

Het beleid rondom weerstandscapaciteit en risico’s is opgenomen in de nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing. 

  • Het college geeft in relatie tot de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en het jaarverslag een actueel beeld van de financiële risico's in relatie tot de beschikbare weerstandscapaciteit.
  • In de begroting wordt in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing de gewenste weerstandscapaciteit bepaald.
  • We stimuleren risicobewustzijn, communiceren open over risico’s en de wijze waarop we met deze risico’s omgaan. 
  • Risico’s maken we expliciet zichtbaar in onze besluitvormingsprocessen met daarbij de wijze waarop we deze risico’s kunnen beheersen of op kunnen (en willen) vangen.
  • We stimuleren niet alleen risicobewustzijn van de risico’s in onze eigen organisatie, maar ook van de risico’s in organisaties waarmee we ‘verbonden’ zijn en de mogelijke impact van deze risico’s op onze eigen organisatie.
  • We accepteren dat een risicoprofiel nooit 100% volledig kan zijn.
  • We leren van risico’s en incidenten die zich, ondanks een adequaat risicomanagement, hebben voorgedaan en nemen passende maatregelen om herhaling te voorkomen.
  • Via de reguliere planning & control-cyclus wordt in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing gerapporteerd over de risico’s van de gemeente, de manier waarop deze beheerst worden en de mogelijke impact van de risico’s op de financiële positie van de gemeente.

Inventarisatie van de weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - B. Weerstandvermogen en Risicobeheersing - Inventarisatie van de weerstandscapaciteit

Bij de inventarisatie van de weerstandscapaciteit kijken we naar de mogelijkheden die we als gemeente hebben om de risico’s op te vangen. Hierbij kan een onderscheid gemaakt worden in incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Onder incidentele weerstandscapaciteit wordt verstaan de capaciteit die de gemeente heeft om eenmalige tegenvallers op te vangen. Onder structurele weerstandscapaciteit worden de middelen verstaan die permanent inzetbaar zijn om tegenvallers op te vangen.

De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit:

Incidentele weerstandscapaciteit Bedragen x 1.000
Onderdeel Verwachte omvang per 31-12-2026
Algemene reserve € 9.889
Behoedzaamheidreserve € 2.898
Totaal incidentele weerstandscapaciteit € 12.787

De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit:

Structurele weerstandscapaciteit Bedragen x 1.000
Onderdeel 2027
Post onvoorzien € 20
Totaal structurele weerstandscapaciteit € 20

De totale beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt:

Totaal beschikbare weerstandscapaciteit Bedragen x 1.000
Onderdeel Verwachte omvang per 31-12-2026
Incidentele weerstandscapaciteit € 12.787
Structurele weerstandscapaciteit € 20
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit € 12.807

Inventarisatie van de risico's

Terug naar navigatie - B. Weerstandvermogen en Risicobeheersing - Inventarisatie van de risico's

Een keer per jaar maken we de balans op van de risico’s die we gedurende het jaar vaststellen. Dit doen we volgens een methode die opgenomen is in de Nota weerstandsvermogen en risicobeheersing. Hierin is ook bepaald dat de jaarlijkse risico-inventarisatie plaatsvindt bij de begroting. Risico’s kleiner dan € 25.000 nemen we niet mee in de inventarisatie, omdat we er vanuit gaan dat we die kunnen dekken binnen de exploitatiebegroting.

Ontwikkeling
De risico-inventarisatie is in deze programmabegroting geactualiseerd en bedraagt nu € 5.667.000. De geïnventariseerde risico’s bedroegen in de begroting 2026/Jaarstukken 2025 € 4.312.000. Het benodigde weerstandsvermogen stijgt doordat de verwachte impact van enkele bestaande risico’s toeneemt en er nieuwe risico’s zijn toegevoegd; dit betekent dat onze financiële blootstelling groter is dan vorig jaar. Tegelijkertijd speelt dat we met de bestemming van het positieve jaarrekeningresultaat in 2025 onze bestemmingsreserves en in beperkte mate onze algemene reserve hebben kunnen aanvullen. Ten behoeve van dossiers met grote risico's - zoals informatiebeveiliging en privacybescherming, grondexploitaties, jeugd en Wmo - hebben we zodoende middelen achter de hand om eventuele risico's op te vangen. We beschikken over een algemene reserve en een behoedzaamheidsreserve om incidentele risico's die leiden tot kostenoverschrijdingen op te vangen.

Hieronder worden de risicogebieden met een risico-inschatting van tenminste € 100.000 benoemd.

Bedragen x 1.000
Nr. Risicogebied Risico/onzekerheid Programma Impact (*€ 1.000) Kans (%) Risico-inschatting begroting 2027 Risico-inschatting begroting 2026 Verschil 2027 t.o.v. 2026
1 Informatiebeveiliging en privacybescherming 1. Informatie en/of -systemen niet toegankelijk als gevolg van brand- of waterschade, of hack 4 € 3.000 50 € 1.500 € 1.500 € 0
2 2. Onrechtmatige toegang of wijziging van gegevens en het optreden van datalekken door menselijk handelen, technische fouten of bedieningsfouten. 4 € 2.900 15 € 435 € 303 € 132
3 Algemeen 1. "Onbekende onzekerheden" zijn onzeker in hun verschijningsvorm en impact. 7 € 3.891 10 € 389 € 323 € 66
4 2. Onzekerheid rijksbeleid zorgt voor: a. Onzekerheid en fluctuatie inkomsten (bijv. algemene uitkering, SPUKS, Asiel & migratie). b. Structurele taken uitvoeren met incidentele middelen c. efficiencyverlies/meer overhead als gevolg van dubbel werk, uitzoekwerk 7 € 425 50 € 213 € 213 € 0
5 3. We slagen erin vacatureruimte beter en sneller te vullen waardoor de verhoogde concerncorrectie op personeel van 4% naar 5% van de totale loonsom níet gerealiseerd wordt. 7 € 950 10 € 95 € 0 € 95
6 Calamiteiten 1. Grote calamiteit met potentieel grote impact op gemeentelijke eigendommen, dienstverlening en de leefomgeving. Denk aan pandemie, natuurbrand, treinongeluk, extreme weersomstandigheden. 1,3 € 3.891 15 € 584 € 485 € 98
7 Calamiteiten 2. Aansprakelijkheidsstelling bij letsel, materiële schade vervolgschade als gevolg van bijv. extremere weersomstandigheden 3 € 256 30 € 77 € 75 € 2
8 Grondexploitaties Niet realiseren geraamde opbrengstwaarde 3 € 3.853 20 € 771 € 311 € 460
9 Vluchtelingenopvang & integratie Het door het Rijk c.q. provincie niet honoreren van (ons verzoek tot) de wijziging van het Verdeelbesluit van 350 opvangplekken naar 110. 6 € 1.300 50 € 650 € 90 € 560
10 Jeugd en Wmo Transformatie sociaal domein c.q. open einde regelingen 2 € 700 50 € 350 € 350 € 0
11 Minimabeleid Door inzet op terugdringen niet-gebruik overschrijden we begroot budget. Is open einde regeling. 2 € 75 20 € 15 € 15 € 0
12 Ruimtelijke ontwikkeling Omgevingsplan is niet op tijd gereed. Daardoor kans op niet mogen heffen leges. 3 € 671 5 € 34 € 34 € 0
13 Inkoop en aanbestedingen Niet of verkeerde procedure volgen met risico op claim en/of onrechtmatige inkoop. 4 € 600 30 € 180 € 240 -€ 60
14 Personeel Aantrekken en behouden gekwalificeerd personeel 4 € 250 70 € 175 € 175 € 0
15 Personeel Efficiencyverlies door verandering werk in aanwezige en benodigde vaardigheden. Accelaratie door opkomst AI. 4 € 310 30 € 93 € 93 € 0
16 Bestuur Kunnen voldoen aan wachtgeldverplichtingen 4 € 153 70 € 107 € 105 € 2
Totaal risico-inventarisatie € 23.225 € 5.667 € 4.313 € 1.354

De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de vorige programmabegroting zijn:

Leeswijzer tabel:

  • We tonen bij elk risico de impact (hoe groot het financiële effect is) en de kans dat het gebeurt.
  • We sorteren risico's niet naar programma, maar per risicogebied, van groot naar klein op financiële waarde.

We lichten de risico’s, wijzigingen t.o.v. voorgaand jaar en beheersmaatregelen hieronder toe.

Informatiebeveiliging en privacybescherming (1 en 2)
We hebben hier twee typen risico’s in onderscheiden; extern en intern. Bij externe risico’s gaat het om inbreuk van buitenaf. Interne risico’s zijn direct te relateren aan ons eigen handelen.

Extern omvat het risico op het niet meer toegankelijk zijn van informatie of systemen door invloed van buitenaf, bijvoorbeeld brand- of waterschade. Of een hack, zoals bij gemeente Hof van Twente, Openbaar Ministerie (recent), Universiteit van Maastricht, etc. Impact en kans van dit risico zijn ongewijzigd t.o.v. vorig jaar.

Beheersmaatregelen voor dit risico: 

  • We beschikken over externe backup locaties.
  • We werken aan nieuw bedrijfscontinuïteitsplan.
  • We trainen medewerkers op i-bewustzijn (veiligheid)

Intern gaat het om risico’s die raken aan informatiebeveiliging en privacybescherming. Dit raakt o.a. onrechtmatig inzicht in gegevens, mutatie van gegevens, datalek en eventuele hieruit volgend risico op boete van de autoriteit persoonsgegevens. Dit risico is een samenvatting van vier verschillende vormen van risico’s. De verbintenis tussen deze risico’s is menselijk handelen, bewust of onbewust. Impact en kans is beperkt verhoogd. We zien dat menselijk handelen de grootste factor blijft.

Beheersmaatregelen voor dit risico:

  • We hebben scheiding van autorisatie- en loggingprocedures,
  • we zetten in op privacy- en beveiligingsbewustzijnstraining voor medewerkers en
  • technische maatregelen zoals tweefactorauthenticatie.
  • Periodieke auditing door de CISO en FG helpen ons als organisatie scherp te blijven.

Algemeen (3, 4 en 5)
Dit risicogebied raakt alle programma’s. Het gaat om de onbekende onzekerheden; een gebeurtenis of omstandigheid waarvan we niet weten dát die bestaat, en waarvan we dus ook niet weten dat we er geen kennis over hebben. Het verschilt van een calamiteit in de zin dat het risico wél bekend is en waarvoor vaak scenario’s bestaan. De waarde van de impact van dit risico is aangepast naar het actuele niveau van de totale lasten van de gemeentelijke begroting, stand 1e burap 2026.

Daarnaast is er het risico van onzekerheid van rijksbeleid. Op verschillende vlakken hebben we afgelopen jaren gemerkt dat beleid en regelgeving wordt aangekondigd en er last minute wijzigingen plaatsvinden met grote impact op voorspelbaarheid en continuïteit van de beleidsvoorbereiding en uitvoering. 

In de begroting 2027 is conform Perspectiefnota 2027-2030 een verhoging doorgevoerd van de concerncorrectie op loonsom. Deze was 4% en is per 2027 5%. In het kader van scherper ramen is er in het verleden voor gekozen om 4% van de loonsom af te ramen. Op personeelskosten werd jaarlijks fors overgehouden doordat medewerkers niet in het maximum van hun loonschaal zitten en er ook sprake was van onderbezetting. Op basis van de realisatie van de afgelopen drie jaar zou het percentage verhoogd kunnen worden van 4% naar 5%. Tegelijkertijd is dit geen taakstellende bezuiniging op personeel. Als er sprake is van volledige bezetting en meer medewerkers aan het einde van hun loonschaal leidt dit tot een tekort die incidenteel gedekt kan worden uit de behoedzaamheidsreserve. Vervolgens zou het percentage weer neerwaarts bijgesteld moeten worden. We nemen het risico op dat we de concerncorrectie níet realiseren.

Beheersmaatregelen voor dit risico:

  • We houden vast aan afspraak met provincie van een robuust weerstandratio van 1,6.
  • Tegelijkertijd stellen we prioriteiten om de werkdruk acceptabel te houden, terwijl
  • we doen wat we moeten doen om ondanks onzekerheden (wettelijk) beleid en taken ten uitvoer te brengen. 

Calamiteiten (6 en 7)
We maken hier onderscheid in twee typen risico’s. 

Het eerste risico omvat het optreden van calamiteit. Voorbeelden zijn een pandemie, treinongeluk of extreme weersomstandigheden. Het gaat dan om risico met potentieel grote impact op gemeentelijke eigendommen, onze dienstverlening en/of leefomgeving. En evt. herstelkosten als gevolg van deze calamiteit. We werken steeds vaker in een omgeving die snel verandert, onzeker en ingewikkeld is. De waarde van de impact van dit risico is aangepast naar het actuele niveau van de totale lasten van de gemeentelijke begroting, stand 1e burap 2026.

Het tweede onderscheiden risico omvat de aansprakelijkheidsstelling als gevolg van een calamiteit. Dit kan bijv. een risico zijn als gevolg van extreme weersomstandigheden, waarbij bomen omwaaien, gevaarzetting op wegen als gevolg van wateroverlast, etc. Aansprakelijkheid kan ook van toepassing zijn wanneer inwoner of derde als gevolg van werkzaamheden gemeente of onvoldoende onderhoud gewond zou raken. De waarde van de impact is verhoogd met indexatie (CPI).

De beheersmaatregelen van deze risico’s hangen met elkaar samen. Het gaat o.a. om:

  • actueel houden rampenplan en oefeningen,
  • preventie (bijv. natuurbrandbeheersing),
  • het uitvoeren van klimaatadaptatieplan riool en water,
  • onderhoud openbaar groen,
  • afkoppelen hemelwater, etc.
  • aansprakelijkheidsverzekering

Grondexploitaties (8)

Dit omvat het risico op het niet realiseren van de opbrengstwaarde van grondexploitaties. We zien hierin een stevige toename van het benodigde weerstandsvermogen. Oorzaak hiervan is de risico-analyse van de actuele Meerjarenprognose Grondexploitaties (MPG) én inmiddels lege bestemmingsreserve grondexploitaties. Doordat deze reserve leeg is, zullen verliezen die we móeten nemen uit grondexploitaties direct impact hebben op onze beschikbare middelen.

Beheersmaatregelen voor dit risico:

  • We voeren gematigd grondbeleid. Dit betekent dat we prijsstijgingen van grond gematigd doorvoeren in onze opbrengst.
  • We voeren periodieke risicoanalyses uit per grondexploitatie.
  • Ten slotte hebben we een bestemmingsreserve om (eerste) verliezen op te vangen.

Vluchtelingenopvang en integratie (9)
Op dit moment is er een Verdeelbesluit waarin is opgenomen dat onze gemeente voor 350 asielopvangplekken aan de lat staat. Ontwikkeling van een AZC-locatie op landgoed Michaëlshoeve lijkt niet plaats te kunnen vinden. Omdat wij wel willen voldoen aan de Spreidingswet, proberen we in het proces van een nieuw Verdeelbesluit 350 te reduceren naar 110.  We houden rekening met een risico dat dit niet gehonoreerd wordt. Om dit risico te waarderen, gaan we uit van mogelijke kosten van ontwikkelen nieuwe locatie (á EUR 1.000.000) en daarna structurele jaarlijkse exploitatiekosten die voor eigen rekening gemeente komen (geschat op EUR 300.000 per jaar). Voor 2027 schatten we de kans op dit risico in op 50%. 

Beheersmaatregelen voor dit risico:

  • Actief inzetten op het verkrijgen van een aangepast verdeelbesluit.
  • Onderbouwing leveren voor de gewenste opvangopgave van 110 plaatsen.
  • Verkennen van locatiescenario's voor verschillende mogelijke uitkomsten.
  • Intensieve afstemming met provincie, COA en andere betrokken partijen.Jeugd en Wmo

Jeugd, Wmo en minimabeleid (10 en 11)

De regelingen rond Jeugd, Wmo en minimabeleid zijn openeinderegelingen.

Ten aanzien van Jeugd hebben we afgelopen jaren meermaals onze begroting moeten aanpassen op toegenomen kosten jeugdhulpverlening. Enerzijds als gevolg van prijsindexatie, anderzijds volumegroei. Inmiddels zetten we met het interventieplan sociaal domein concrete stappen in de gewenste en benodigde transformatie van het sociaal domein. We monitoren de maatregelen, hun effect en impact. Met de laatste aanpassingen en actualisatie van de begroting 2026 op prijsindexatie en volumegroei, denken we het risico te hebben afgedekt. Onzeker blijft onvoorziene volumegroei via gezinnen die in Brummen komen wonen waarvan de kinderen specialistische hulpverlening nodig hebben. Een gezin kan de gemeente al gauw tonnen (in euro’s) extra kosten. Dit risico blijft bestaan.

Bij de Wmo gaat het om het risico dat we méér hulpmiddelen en voorzieningen verstrekken. Hoewel we afgelopen jaren binnen begroting zijn gebleven op dit punt, worden onze inwoners ouder. Daarmee ontstaat het risico dat we meer moeten verstrekken dan voorzien.

Bij minimabeleid stimuleren we juist het gebruik van de regelingen. Hier is het risico dat we het begrote budget overschrijden.

In het geheel van deze drie regelingen, zien we nog geen wijziging in impact of waarde van het risico. De transformatie van het sociaal domein staat aan het begin.

Beheersmaatregelen voor dit risico:

  • Uitvoering van visie sociaal domein,
  • transformatie sociaal domein via hervormingsagenda jeugd
  • traject met GALAN-groep
  • Gezond en Actief Leven Aanpak
  • Aanvullend zorg en welzijnsakkoord, etc. 

Ruimtelijke ontwikkeling (12)
We werken aan nieuwe omgevingsplannen. Als die niet op tijd klaar zijn, kan de toezichthouder ons verplichten ingediende aanvragen te behandelen zonder leges te mogen innen. Dit betekent inkomstenverlies en extra werk via Buitenplanse Omgevingsactiviteit (bopa).

Beheersmaatregelen voor dit risico:

  • Zorgen dat het omgevingsplan toch op tijd gereed is.
  • Legesverordening robuuster maken.

Inkoop en aanbesteding (13)
De waarde van het risico is gelijk, maar de kans is verlaagd van 40% naar 30%. Er is nog steeds sprake van situaties waarin we ons eigen inkoopbeleid niet volledig naleven. Afgelopen jaar hebben we in de organisatie meer aandacht voor gehad. Bijvoorbeeld door trainen van medewerkers op ons inkoopbeleid, trainen van budgethouders én de interne controle. Gelet op de verbetering in de rechtmatigheidsverantwoording op dit punt, hebben we de kans op dit risico beperkt verlaagd.

Beheersmaatregelen voor dit risico:

  • Sinds 2024 is de positie van inkoopadviseur ingevuld.
  • We werken nu aan meer zichtbaarheid van de inkoopfunctie in de organisatie.
  • We zetten in op training van (nieuwe) medewerkers.
  • Door intensivering van de interne controle monitoren we de ontwikkeling.
  • We professionaliseren het contractbeheer en -management.

Personeel (14 en 15)
De risico’s zijn gelijk gebleven. De arbeidsmarkt is krap, vooral voor specialistische functies. Het behoud van zittend personeel is belangrijk. Daarnaast zal de komst van kunstmatige intelligentie invloed hebben: hogere productiviteit, maar ook nieuwe opleidingsbehoeften.

Beheersmaatregelen voor dit risico:

  • Inhuur van personeel om tekorten op te vangen.
  • Strategisch personeelsbeleid
  • Prioriteiten in uitvoering.
  • Werving en behoud (goed werkgeverschap, doorgroeimogelijkheden, onboarding).

Bestuur (16)
Het risico op vroegtijdig terugtredende bestuurders is onverminderd groot. Landelijk beeld is dat ongeveer 40% stopt vóór einde van de bestuursperiode. De waarde van de impact is verhoogd met indexatie (CPI).

Beheersmaatregelen voor dit risico:

  • Treffen voorziening

De weerstandsratio

Terug naar navigatie - B. Weerstandvermogen en Risicobeheersing - De weerstandsratio

In de beleidskaders van de nieuwe nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing is opgenomen dat de gewenste weerstandscapaciteit in de begroting bepaald wordt. De gewenste weerstandscapaciteit drukken we uit in de weerstandsratio. De weerstandsratio berekenen we door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door het bedrag aan geïnventariseerde risico’s. Als de beschikbare weerstandscapaciteit precies genoeg is om alle risico’s te dekken dan is de weerstandsratio 1. 

In het financieel herstelplan van juni 2021 heeft de raad vastgesteld dat er in 2028 ruim voldoende weerstandsvermogen gerealiseerd moet zijn. Dit betekent een weerstandsratio van tenminste 1,6. 

Op basis van de geraamde beschikbare weerstandscapaciteit in 2027 en de risico-inschatting in deze begroting bedraagt de weerstandsratio 2,3.

Weerstandsratio Bedragen x 1.000
Onderdeel 2027
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit € 12.807
Totaal risico-inschatting begroting 2025 € 5.667
Weerstandsratio 2,3

Financiële kengetallen

Terug naar navigatie - B. Weerstandvermogen en Risicobeheersing - Financiële kengetallen

Het BBV schrijft voor dat gemeenten een aantal financiële kengetallen opnemen. Deze kengetallen geven gezamenlijk een beeld van de financiële positie van de gemeente en maken het mogelijk om verschillende gemeenten met elkaar te vergelijken. Op de websites Findo en Gelderse financiën kunnen de cijfers vergeleken worden met alle Nederlandse of de Gelderse gemeenten. 
Eén afzonderlijk kengetal zegt niet alles. Voor een goed beeld moeten de kengetallen in samenhang worden beoordeeld. De provincies hanteren signaleringswaarden voor de kengetallen. Deze zijn opgenomen in het gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK 2020 Gemeenten). De signaleringswaarden lichten we onder de kengetallen toe. 
In onderstaande tabel zijn de financiële kengetallen van de gemeente Brummen opgenomen voor de meerjarenbegroting 2027-2030 met daarbij de vergelijkende cijfers vanuit de begroting 2026 en jaarstukken 2025.

Financiële kengetallen gemeente Brummen Jaarstukken 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030
1a – Netto schuldquote, exclusief verstrekte leningen 50,0 71,9 77,2 85,9 87,1 85,1
1b – Netto schuldquote, inclusief verstrekte leningen 44,5 66,3 72,0 80,5 81,9 80,0
2 – De solvabiliteitsratio 25,9 21,3 21,4 20,8 19,5 19,3
3 – Kengetal Bouwgrondexploitatie 6,0 10,2 5,9 6,1 6,0 5,8
4 – Structurele exploitatieruimte -0,7 0,6 3,2 0,8 1,0 0,4
5 – Belastingcapaciteit – Woonlasten meerpersoonshuishoudens 106,9 115,2 128,0 125,8 126,2 127,1

Toelichting op de financiële kengetallen

Terug naar navigatie - B. Weerstandvermogen en Risicobeheersing - Toelichting op de financiële kengetallen

1a – Netto schuldquote, exclusief verstrekte leningen
De netto schuld geeft het niveau van de schuldenlast van de gemeente weer ten opzichte van de eigen middelen. Bij de netto schuldquote worden alle schulden, verminderd met geldelijk bezit, afgezet tegen alle baten (exclusief mutaties reserves).
De volgende signaleringswaarden gelden;
• hoger dan 130%: meest risicovol,
• tussen 90% en 130%: neutraal,
• lager dan 90%: minst risicovol.

1b – Netto schuldquote, inclusief verstrekte leningen
Om inzicht te krijgen in welke mate er sprake is van doorlenen van kapitaal, wordt de netto schuldquote zowel exclusief (1a) als inclusief (1b) verstrekte leningen weergegeven. Zo wordt duidelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen en wat dit betekent voor de schuldenlast van de gemeente.
Hiervoor gelden dezelfde signaleringswaarden als onder 1a.

2 – Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het geeft het eigen vermogen weer als percentage van het balanstotaal.
De volgende signaleringswaarden gelden;
• lager dan 20%: meest risicovol,
• tussen 20 en 50%: neutraal,
• hoger dan 50%: minst risicovol.

3 – Grondexploitatie
Het kengetal geeft aan het aandeel van boekwaarde van de gronden in exploitatie ten opzichte van de totale baten van de gemeente (exclusief mutaties reserves).
De volgende signaleringswaarden gelden;
• hoger dan 35%: meest risicovol,
• tussen 20% en 35%: neutraal,
• lager dan 20%: minst risicovol.

4 – Structurele exploitatieruimte 
Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting is. Ook geeft het aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen en/of er ruimte is voor nieuw beleid. Voor de berekening delen we het saldo van structurele baten en lasten vermeerderd met het saldo van structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves door de totale baten. 
De volgende signaleringswaarden gelden:
• lager dan 0%: meest risicovol,
• 0%: neutraal,
• hoger dan 0%: minst risicovol.

5 – Belastingcapaciteit – Woonlasten meerpersoonshuishoudens
Dit kengetal geeft aan wat de woonlasten in de gemeente Brummen zijn, uitgedrukt in een percentage van het landelijk gemiddelde van het voorgaande jaar. De cijfers van de Brummense lokale lastenmonitor in de paragraaf A. Lokale heffingen, vormen de basis van de berekening.
De volgende signaleringswaarden gelden;
• hoger dan 105%: meest risicovol,
• tussen 95% en 105%: neutraal, 
• lager dan 95%: minst risicovol.

Beoordeling financiële kengetallen

Terug naar navigatie - B. Weerstandvermogen en Risicobeheersing - Beoordeling financiële kengetallen

De financiële kengetallen laten zien dat de financiële positie van de gemeente Brummen momenteel een gemengd beeld geeft. Positief is een stabiel kengetal grondexploitatie en een positieve structurele exploitatieruimte in alle jaren. Dit betekent dat ook structurele tegenvallers kunnen worden opgevangen.

De solvabiliteitsratio blijft, net als in voorgaande jaren, zo rond de 20%. In het meerjarenbeeld zakt dit onder de grens van 20%. Hoewel de netto schuldquote naar verwachting zal stijgen de komende jaren, blijft dit nog ruim binnen de gestelde signaleringswaarden. Een groter aandachtspunt is de belastingcapaciteit. In vergelijking met het gemiddelde van gemeenten in Nederland, heeft Brummen een hoge belastingdruk. Dat zal de komende jaren wel wat afnemen door een verlaging van de rioolheffing.