2. Financiële uitgangspunten en grondslagen

In dit hoofdstuk zijn de financiële uitgangspunten en grondslagen opgenomen die zijn gehanteerd bij het opstellen van de Programmabegroting 2027-2030.

Lasten Uitgangspunten
Prijsstijging 2027-2030 (inflatie)

Uitbestedings- en subsidiebudgetten worden, waar dat aan de orde is, meerjarig geïndexeerd met een percentage dat gebaseerd is op het consumentenprijsindexcijfer (cpi) zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan (CEP) 2026. De percentages zijn: 
2027: 2,1%
2028: 2,5%
2029: 2,1%
2030: 2,3%

Prijsontwikkeling jeugdzorg

De kosten van jeugdzorg zijn gebaseerd op de prognose van de kosten van 2026. Vervolgens zijn deze kosten geïndexeerd met het OVA/PPC-prijsindexcijfer van jaarlijks 3,74%.

Gemeenschappelijke regelingen (GR) De bijdragen in 2027 en verder zijn gebaseerd op (concept)begrotingen 2027 van de GR of de meest recente gegevens over de ontwikkeling van de bijdrage aan de GR. 
Loonkosten (inclusief sociale lasten)

Uitgangspunt voor de indexering van loonkosten is de Loonvoet overheid zoals opgenomen in het CEP 2026.
Op basis van het CEP 2026 worden de volgende indexeringen voor salarissen opgenomen:
2027: 4,2%
2028: 4,0%
2029: 3,6%
2030: 3,5%

Kapitaallasten Op basis van de staat van activa, het meerjarige investeringsplan in de Programmabegroting 2027-2030 en de investeringsruimte 2027-2030.
Rentelasten Op basis van de leningenportefeuille tot en met 2026 en de ontwikkeling financieringsbehoefte 2027-2030. Hierbij is rekening gehouden met een gemiddelde rente van 2,75% voor langlopende leningen.
Rente over activa De totale rentelast wordt via een gemiddeld percentage omgeslagen over de boekwaarde van de activa.
Eigen financieringsmiddelen Hierover wordt geen rente berekend.

 

Baten Uitgangspunten
Onroerende zaakbelastingen

De opbrengst van de OZB wordt in 2027 met 13% verhoogd. In de jaren daarna wordt een jaarlijkse inflatiecorrectie toegepast die is gebaseerd op het CEP 2026 (zie Prijsstijging 2027-2030). 

Toeristenbelasting De opbrengst van de toeristenbelasting wordt in 2027 verhoogd met gemiddeld € 0,50 per persoon per nacht boven de inflatiecorrectie.
Rioolrechten 100% kostendekkend.
Afvalstoffenheffing 100% kostendekkend.
Grafrechten Het tarief wordt jaarlijks geïndexeerd met de inflatiecorrectie op basis van het CEP 2026 (zie Prijsstijging (2027-2030)) en is maximaal 100% kostendekkend.
Leges Het tarief wordt jaarlijks geïndexeerd met de inflatiecorrectie op basis van het CEP 2026 (zie Prijsstijging (2027-2030)) en is maximaal 100% kostendekkend.
Rente verstrekte leningen Op basis van de bestaande leningenportefeuille.
Huur en overige vergoedingen Het tarief wordt jaarlijks geïndexeerd met de inflatiecorrectie op basis van het CEP 2026 (zie Prijsstijging (2027-2030)).

 

Loonkosten

Terug naar navigatie - 2. Financiële uitgangspunten en grondslagen - Loonkosten

Voor de loonkosten worden de totale realisatie van de loonkosten (1) en de inhuur (2) bij elkaar opgeteld en gedeeld door het aantal geraamde fte (4). Dit geeft een gemiddelde van de loonkosten per fte per jaar (5). De eerdere jaren worden middels de indexen (6, 7) gecorrigeerd naar prijspeil 2025 (8). Van de drie jaren wordt een gemiddelde berekend, waarbij het laatste jaar dubbel meetelt (9).

Vervolgens wordt dat bedrag geïndexeerd aan de hand van de percentages van het CEP 2026 (10). Dit geeft een verwacht gemiddelde van de kosten per jaar (11). Dit wordt vervolgens vermenigvuldigd met het aantal fte. in de formatiebegroting (12). Afgezet tegen de raming van de loonkosten op basis van het maximum van de schaal (13) geeft dit een beeld van de verwachte onderuitputting op loonkosten (14).

In percentages is dit de berekende concerncorrectie (15) van 5%. Dit is verwerkt in de formatiebegroting.

(bedragen * € 1.000) 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030
1 Loonkosten 12.640 13.773 15.003
2 Inhuur ivm ziekte, vacatures 1.874 1.506 1.877
3 Totale kosten 14.514 15.279 16.880
4 Aantal fte. 180,7 193,0 194,5
5 Kosten (loon en inhuur) per fte. 80 79 87
6 Index 2024 (6,0%) 5
7 Index 2025 (4,7%) 4 4
8 Geindexeerde kosten per fte. 89 83 87
9 Gewogen gemiddelde kosten per fte. 2025 86
10 Indexen CEP 2026 3,10% 4,20% 4,00% 3,60% 3,50%
11 Geïndexeerd naar index CEP 2026 86 89 93 97 100 104
12 Vermenigvuldigd met 194,5 fte. 17.326 18.054 18.776 19.452 20.133
13 Raming obv max schaal 17.973 19.008 19.757 20.459 21.166
14 Verschil 646 954 981 1.007 1.033
15 Berekende concerncorrectie 3,6% 5,0% 5,0% 4,9% 4,9%

Stelposten en reserveringen

Terug naar navigatie - 2. Financiële uitgangspunten en grondslagen - Stelposten en reserveringen
2027 2028 2029 2030
Bestuurskracht - reservering contractmanagement -74 -74 -74
Extra capaciteit herindeling -700 -900 -1.000
Reservering Dorpshuis Brummen -500
Reservering PAKhuis Eerbeek -1.000
WMO - invoering inkomensafhankelijke bijdrage 279 279 279
WMO - afschaffen huishoudelijke hulp 1.800 1.800
WMO - invoeren vangnetregeling -537 -537
Jeugd - sturen op trajectduur 71 73 73
Jeugd - eigen bijdrage jeugdzorg 270 278 278
Sociaal Domein - Interventieplan 770 1.030 1.085 1.085
Teruggave BTW-compensatiefonds 250 250 250 250
Totaal stelposten 320 926 2.154 1.654

Bestuurskracht - reservering contractmanagement
In 2019 is een ontwikkelplan vastgesteld voor de versterking van het strategisch vermogen van de gemeente. Onderdeel hiervan was het opnemen van een reservering voor de versterking van een aantal functies. Met deze begroting wordt hier structureel € 74.000 van afgeraamd om het inkoop- en contractmanagement met een halve fte te versterken. Vanaf 2028 is er nog ruimte voor de andere helft van de formatie. 

Extra capaciteit herindeling
De komende drie jaar zal er extra inzet benodigd zijn om ons voor te bereiden op de aanstaande herindeling met gemeente Rheden. Om hier op in te kunnen spelen is geld gereserveerd voor personele capaciteit. 

Reservering Dorpshuis Brummen en PAKhuis Eerbeek
Op dit moment zijn de projecten PAKhuis Eerbeek en Dorpshuis Brummen in de ontwikkelingsfase. Voor beide projecten is in de meerjarenraming een ruwe inschatting van de verwachte structurele kosten vanaf 2030 opgenomen. Voor het PAKhuis is rekening gehouden met een gedeeltelijke inleg van de gemeente. Dit betekent een jaarlijkse last van € 1 miljoen. Voor het Dorpshuis Brummen gaan we uit van een jaarlijkse last van € 0,5 miljoen.

WMO - invoering inkomensafhankelijke bijdrage
Op dit moment betalen inwoners voor de WMO een eigen bijdrage gebaseerd op het abonnementstarief. Het kabinet is voornemens ter vervanging een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren vanaf 2028. 

WMO - afschaffen huishoudelijke hulp en vangnetregeling
Het kabinet is voornemens om de hulp in de huishouding te schrappen uit de WMO. In de algemene uitkering wordt Brummen met € 1,8 miljoen gekort. Tegelijkertijd wil het kabinet een vangnetregeling invoeren voor mensen die niet in zelf hun huishoudelijke hulp kunnen regelen. Hiervoor krijgt Brummen € 537.000 uit de algemene uitkering. Binnen de WMO zijn stelposten voor de lastenverlaging vanwege het afschaffen van huishoudelijke hulp en een lastenverhoging vanwege de invoering van de vangnetregeling van gelijke hoogte opgenomen.

Jeugd - sturen op trajectduur en eigen bijdrage jeugdzorg 
In de Voorjaarsnota en de Meicirculaire 2025 is door het Rijk besloten om geld te onttrekken aan het gemeentefonds om maatregelen te nemen in het jeugdzorgstelsel. Het gaat om het sturen op trajectduur en het invoeren van een eigen bijdrage. Aangezien het realiseren van deze maatregelen onder de verantwoordelijkheid van het Rijk vallen, heeft Provincie Gelderland toegestaan hier een stelpost voor op te nemen.

Sociaal Domein - Interventieplan
In het interventieplan zijn maatregelen opgenomen om de kosten in het sociaal domein te beheersen. De verwachte opbrengst hiervan is geraamd op € 770.000 voor 2027 en € 1 miljoen voor de opvolgende jaren. In afstemming met de provinciaal toezichthouder is deze verwachte opbrengst centraal geraamd.

Teruggave BTW-compensatiefonds
Gemeenten kunnen de BTW over een deel van hun activiteiten terugvragen bij het BTW-compensatiefonds. Hiervoor wordt jaarlijks een bedrag beschikbaar gesteld door de Rijksoverheid. De afgelopen jaren hebben gemeenten minder gedeclareerd en is er structureel geld overgebleven in dit fonds. Dit wordt de "ruimte onder het plafond" genoemd. Het geld dat overblijft wordt via de algemene uitkering verdeeld over de gemeenten. Aangezien dit een structureel karakter heeft, mogen gemeenten de teruggave van het laatst vastgestelde jaar (in dit geval 2024) opnemen als structurele extra opbrengst.