B. Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

Inleiding

Terug naar navigatie - B. Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Inleiding

De grondslag voor deze paragraaf vinden we terug in artikel 11 van het BBV. Deze paragraaf gaat over de actuele risico’s die we zien en het vermogen om deze risico’s op te vangen. Maar ook over het beleid dat hieraan ten grondslag ligt. En tenslotte hoe de financiële positie van de gemeente Brummen zich ontwikkelt aan de hand van 6 financiële kengetallen. De opbouw van deze paragraaf ziet er als volgt uit:

  • het beleid dat op de weerstandscapaciteit en de risico’s van toepassing is;
  • de inventarisatie van de weerstandscapaciteit;
  • de inventarisatie van de risico’s;
  • de weerstandsratio
  • de financiële kengetallen

Beleid weerstandscapaciteit en risico's

Terug naar navigatie - B. Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Beleid weerstandscapaciteit en risico's

Het beleid rondom weerstandscapaciteit en risico’s is opgenomen in de nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing. 

  • Het college geeft in relatie tot de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en het jaarverslag een actueel beeld van de financiële risico's in relatie tot de beschikbare weerstandscapaciteit.
  • In de begroting wordt in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing de gewenste weerstandscapaciteit bepaald.
  • We stimuleren risicobewustzijn, communiceren open over risico’s en de wijze waarop we met deze risico’s omgaan. 
  • Risico’s maken we expliciet zichtbaar in onze besluitvormingsprocessen met daarbij de wijze waarop we deze risico’s kunnen beheersen of op kunnen (en willen) vangen.
  • We stimuleren niet alleen risicobewustzijn van de risico’s in onze eigen organisatie, maar ook van de risico’s in organisaties waarmee we ‘verbonden’ zijn en de mogelijke impact van deze risico’s op onze eigen organisatie.
  • We accepteren dat een risicoprofiel nooit 100% volledig kan zijn.
  • We leren van risico’s en incidenten die zich, ondanks een adequaat risicomanagement, hebben voorgedaan en nemen passende maatregelen om herhaling te voorkomen.
  • Via de reguliere planning & control-cyclus  wordt in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing gerapporteerd over de risico’s van de gemeente, de manier waarop deze beheerst worden en de mogelijke impact van de risico’s op de financiële positie van de gemeente.

Inventarisatie van de weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - B. Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Inventarisatie van de weerstandscapaciteit

Bij de inventarisatie van de weerstandscapaciteit kijken we naar de mogelijkheden die we als gemeente hebben om de risico’s  op te vangen. Hierbij kan een onderscheid gemaakt worden in incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Onder incidentele weerstandscapaciteit wordt verstaan de capaciteit die de gemeente heeft om eenmalige tegenvallers op te vangen. Onder structurele weerstandscapaciteit worden de middelen verstaan die permanent inzetbaar zijn om tegenvallers op te vangen.

De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit:

Incidentele weerstandscapaciteit Bedragen x 1.000
Onderdeel Omvang per 31-12-2024
Algemene reserve € 9.623
Behoedzaamheidsreserve € 3.000
Totaal incidentele weerstandscapaciteit € 12.623

De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit:

Structurele weerstandscapaciteit Bedragen x 1.000
Onderdeel 2024
Onbenutte belastingcapaciteit € 560
Post onvoorzien € 20
Totaal structurele weerstandscapaciteit € 580

Toelichting onbenutte belastingcapaciteit
De onbenutte belastingcapaciteit is het bedrag dat nog aan extra inkomsten kan worden gegenereerd voor het geval dat zich tegenvallers voordoen. Daarbij wordt uitsluitend rekening gehouden met de onroerendezaakbelastingen, aangezien de meeste andere belastingen en heffingen kostendekkend of van beperkte betekenis zijn. Voor de berekening van de omvang van de onbenutte belastingcapaciteit wordt de ruimte in aanmerking genomen tussen de eigen tarieven (volgens deze begroting) en het normtarief voor de artikel 12-gemeenten.

De totale beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt:

Totaal beschikbare weerstandscapaciteit (bedragen * € 1.000)
Onderdeel Programmabegroting 2024 /Jaarstukken 2023 Jaarstukken 2024
Incidentele weerstandscapaciteit € 8.106 € 12.623
Structurele weerstandscapaciteit € 580 € 580
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit € 8.686 € 13.203

Inventarisatie van de risico's

Terug naar navigatie - B. Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Inventarisatie van de risico's

Een keer per jaar maken we de balans op van de risico’s die we gedurende het jaar vaststellen. Dit doen we volgens een methode die opgenomen is in de Nota weerstandsvermogen en risicobeheersing. Risico’s kleiner dan € 25.000 nemen we niet mee in de inventarisatie omdat we er vanuit gaan dat we die kunnen dekken binnen de exploitatiebegroting. In september 2023 is de risico-inventarisatie 2023 vastgesteld. De geïnventariseerde risico’s vertegenwoordigden in de begroting 2024/jaarstukken 2023 een waarde van € 4.435.000. In 2024 hebben we deze geactualiseerd en bijgesteld naar nieuwe inzichten. De risico-inventarisatie bedraagt in de begroting 2025/jaarstukken 2024 een waarde van € 3.570.000
Hieronder worden de risicogebieden die een risico-inschatting van tenminste € 100.000 benoemd. 

(Bedragen * € 1.000)
Nr. Programma - Focusgebied / basistaken Risicogebied Structureel of incidenteel? Risico-inschatting Programmabegroting 2025 / Jaarstukken 2024 Risico-inschatting Programmabegroting 2024 / Jaarstukken 2023 Verschil
1. 2 - Focusgebied Ruimte voor Eerbeek / Eerbeek-Loenen 2030 Grondexploitaties Incidenteel € 0 € 1.433 € 1.433
2. 4 - Basistaken bedrijfsvoering en financiën Informatiebeveiliging Incidenteel € 1.803 € 1.210 € -593
3. Alle programma's Grote calamiteiten Incidenteel € 398 € 571 € 173
4. Alle programma's Algemeen Structureel € 325 € 325 € 0
5. 4 - Basistaken bedrijfsvoering en financiën Personeel Structureel € 268 € 153 € -115
6. Alle programma's Inflatie Structureel € 0 € 150 € 150
7. 3 - Focusgebied Sociaal domein Jeugdzorg Structureel € 402 € 121 € -281
8. 1. Bestuur en dienstverlening Bestuur Structureel € 54 € 104 € 50
9. 3 - Basistaken Vitale Samenleving Beheer sportaccommodaties Structureel € 140 € 100 € -40
10. Alle programma's Inkoop en Europese aanbestedingen Structureel € 180 € 0 € -180
Overige risico’s € 0 € 268 € 268
Totaal risico-inventarisatie € 3.570 € 4.435 € 865

We benoemen de risico's en kijken terug op 2024:

1. Grondexploitaties
Afgelopen jaar hebben we ingeschat dat er geen risico's zouden optreden die anders waren dan keuzes waartoe we de reserve grondexploitaties hebben ingesteld. Wél is er ten aanzien van het Burgersterrein een andere keuze gemaakt ten aanzien van de grondexploitatie. Dat betrof geen risico, maar een actieve wijziging in gewenste ontwikkeling van dat terrein. Bij de actualisatie van de risico-inventarisatie 2025 zullen we wederom afwegen of we dit risico wél of níet moeten opnemen in het weerstandsvermogen, aanvullend op de reserve. 

2. Informatievoorziening en -beveiliging
Afgelopen jaar heeft het risico zich wel voorgedaan, in de vorm van phishing-mails, maar waren er geen financiële consequenties.

4. Algemeen
In deze categorie vallen alle risico's die niet zijn voorzien. Voorbeelden zijn de corona-pandemie van 2020 of de inval in Oekraïne. Om deze onbekende risico's toch een plaats te geven in de risico-inventarisatie is 5% van de jaarlijkse kosten met een 10% kans van realisatie opgenomen als algemeen risico. Afgelopen jaar hebben deze zich niet voorgedaan.

5. Personeel
De krapte op de arbeidsmarkt is een zekerheid en daarmee geen risico. Wél is het voor onze gemeente een risico wanneer deze krapte zich vertaald in onvervulde vacatures, inhuur die duurder is en uitval van zittend personeel als gevolg van een lagere bezetting. Dit risico is afgelopen jaren gestegen en vertaalt zich in een hogere kans en waarde. In 2024 hebben we hier zeker mee te maken gehad.  Tegelijkertijd hebben we financiële effecten (inhuur) hiervan kunnen opvangen in de lopende begroting.

6. Inflatie
In de vorige begroting was de ontwikkeling van inflatie nog zeer onzeker. Inmiddels zijn prijsstijgingen gestabiliseerd en opgenomen in de meerjarenraming. Inflatie is daarmee geen onzekerheid meer, wel de hoogte ervan. Tegelijkertijd denken we de grootste stijgingen wel te hebben gehad en ramen we het niet meer als afzonderlijk risico.  In 2024 heeft dit risico zich inderdaad niet voorgedaan.

7. Jeugdzorg
Afgelopen jaren hebben we gemerkt dat de transformatie van de jeugdzorg niet eenvoudig is. Er is het risico dat we er met de aanbieders niet goed in slagen de transformatie te maken van individuele maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen. Tegelijkertijd zijn er aanvullende financiële risico's. Bijvoorbeeld als gevolg van het woonplaatsbeginsel, waarbij we ineens voor hogere uitgaven kunnen komen te staan. Ook zijn de kostenstijgingen een gevolg van toegenomen huisvestingslasten en hogere lonen. De kans en het risicobedrag zijn toegenomen.  In 2024 hebben we te maken gekregen met dit risico. Gedurende het jaar hebben we meermaals het beschikbare budget voor Jeugdzorg moeten vergroten. Dat is in samenspraak met de raad geweest. We intensiveren onze inspanning om de hervormingsagenda door te voeren en grip op de kosten te houden. Tegelijkertijd blijft het door het Rijk beschikbaar gestelde budget achter bij onze uitgaven. Hiertoe sluiten wij aan op de landelijke beweging van gemeenten en VNG om het Rijk te bewegen tot het beschikbaar stellen van meer middelen.  

8. Bestuur
Dit risico heeft betrekking op de vergoedingen voor oud-bestuurders van de gemeente. Dat heeft enerzijds betrekking op de pensioenverplichtingen die onderhevig kunnen zijn aan veranderende rekenrentes. Dit zou de gemeente kunnen stellen voor extra toevoegingen aan de voorziening. Anderzijds heeft het betrekking op de wachtgeldvergoeding bij tussentijds terugtreden van een bestuurder. Ook in dat geval moet de gemeente extra toevoegen aan de betreffende voorziening. In voorgaande inventarisaties was dit risico ook al opgenomen, maar niet apart toegelicht.

9. Beheer sportaccommodaties
Ten aanzien van de financiële positie van Sportkompas heeft zich in 2024 geen risico voorgedaan.  We hebben in 2024 wel een proces ingezet gericht op actualiseren van de tarievennota, financiële situatie Sportkompas en beheervorm van Sportkompas. Dat proces is bijna afgerond. De financiële consequenties hieruit, nemen we mee in het P&C-proces van 2025.

10. Inkoop en Europese aanbestedingen
We zien een toename van de waarde van inkopen en Europese aanbestedingen die niet rechtmatig verlopen. Er zijn diverse maatregelen genomen maar ook nog te treffen. We maken het risico op een mogelijke onjuiste procedure en toekenning van claim expliciet.
Afgelopen jaar heeft dit risico zich niet vertaald in een juridische claim. Door meer aandacht voor en inzet op een correcte procedure van inkoop en Europese aanbestedingen, sturen we op lagere financiële onrechtmatigheid in 2025.

Overige risico's
In de programmabegroting 2024 was nog een risico opgenomen voor schommelingen in het gemeentefonds, c.q. de algemene uitkering. Dit risico is deels ondervangen met risico "Algemeen, nr. 4". Ook is dit risico incidenteel op te vangen via de algemene reserve en/of de per dit jaar ingestelde behoedzaamheidsreserve van € 3 miljoen om dit risico af te dekken. Dit geldt ook voor andere eventuele risico's die we niet kunnen voorzien.  In 2024 hebben er zich op dit vlak geen risico's voorgedaan.

De weerstandsratio

Terug naar navigatie - B. Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - De weerstandsratio

In de beleidskaders van de nieuwe nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing is opgenomen dat de gewenste weerstandscapaciteit in de begroting bepaald wordt. De gewenste weerstandscapaciteit drukken we uit in de weerstandsratio. De weerstandsratio berekenen we door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door het bedrag aan geïnventariseerde risico’s. Als de beschikbare weerstandscapaciteit precies genoeg is om alle risico’s te dekken dan is de weerstandsratio 1. 

In het financieel herstelplan van juni 2021 heeft de raad vastgesteld dat er in 2028 ruim voldoende weerstandsvermogen gerealiseerd moet zijn. Dit betekent een weerstandsratio van tenminste 1,6. 

Op basis van de geraamde beschikbare weerstandscapaciteit eind 2024 en de risico-inschatting in deze jaarstukken bedraagt de weerstandsratio 3,70. Hieronder is de vergelijking met de Jaarstukken 2023 en de Programmabegroting 2024 opgenomen.

Weerstandsratio (bedragen * € 1.000)
Onderdeel Jaarstukken 2023 Programmabegroting 2024 Jaarstukken 2024
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit € 8.825 € 8.686 € 13.203
Totaal geïnventariseerde risico's € 4.435 € 4.435 € 3.570
Weerstandsratio 1,99 1,96 3,70

Financiële kengetallen

Terug naar navigatie - B. Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Financiële kengetallen

Het BBV schrijft voor dat gemeenten een aantal financiële kengetallen opnemen. Deze kengetallen geven gezamenlijk een beeld van de financiële positie van de gemeente en maken het mogelijk om verschillende gemeenten met elkaar te vergelijken. Op de websites Findo en Gelderse financiën kunnen de cijfers vergeleken worden met alle Nederlandse of de Gelderse gemeenten. 
Eén afzonderlijk kengetal zegt niet alles. Voor een goed beeld moeten de kengetallen in samenhang worden beoordeeld. De provincies hanteren signaleringswaarden voor de kengetallen. Deze zijn opgenomen in het gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK 2020 Gemeenten). De signaleringswaarden lichten we onder de kengetallen toe. 
In onderstaande tabel zijn de financiële kengetallen van de gemeente Brummen opgenomen van de jaarstukken 2024 met daarbij de cijfers vanuit de begroting 2024 en jaarstukken 2023.

Financiële kengetallen gemeente Brummen Jaarstukken 2023 Begroting 2024 Jaarstukken 2024
1a – Netto schuldquote, exclusief verstrekte leningen 59,2 88,9 46,9
1b – Netto schuldquote, inclusief verstrekte leningen 65,4 95,5 52,6
2 – Solvabiliteitsratio 24,4 19,5 26,0
3 – Kengetal Bouwgrondexploitatie 9,9 14,5 6,5
4 – Structurele exploitatieruimte 5,1 1,7 0,0
5 – Belastingcapaciteit – Woonlasten meerpersoonshuishoudens 112,5 106,9 106,9

Toelichting op de financiële kengetallen

Terug naar navigatie - B. Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Toelichting op de financiële kengetallen

1a – Netto schuldquote, exclusief verstrekte leningen
De netto schuld geeft het niveau van de schuldenlast van de gemeente weer ten opzichte van de eigen middelen. Bij de netto schuldquote worden alle schulden, verminderd met geldelijk bezit, afgezet tegen alle baten (exclusief mutaties reserves).
De volgende signaleringswaarden gelden;
• hoger dan 130%: meest risicovol,
• tussen 90% en 130%: neutraal,
• lager dan 90%: minst risicovol.

1b – Netto schuldquote, inclusief verstrekte leningen
Om inzicht te krijgen in welke mate er sprake is van doorlenen van kapitaal, wordt de netto schuldquote zowel exclusief (1a) als inclusief (1b) verstrekte leningen weergegeven. Zo wordt duidelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen en wat dit betekent voor de schuldenlast van de gemeente.
Hiervoor gelden dezelfde signaleringswaarden als onder 1a.

2 – Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het geeft het eigen vermogen weer als percentage van het balanstotaal.
De volgende signaleringswaarden gelden;
• lager dan 20%: meest risicovol,
• tussen 20 en 50%: neutraal,
• hoger dan 50%: minst risicovol.

3 – Grondexploitatie
Het kengetal geeft aan het aandeel van boekwaarde van de gronden in exploitatie ten opzichte van de totale baten van de gemeente (exclusief mutaties reserves).
De volgende signaleringswaarden gelden;
• hoger dan 35%: meest risicovol,
• tussen 20% en 35%: neutraal,
• lager dan 20%: minst risicovol.

4 – Structurele exploitatieruimte 
Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting is. Ook geeft het aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen en/of er ruimte is voor nieuw beleid. Voor de berekening delen we het saldo van structurele baten en lasten vermeerderd met het saldo van structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves door de totale baten. 
De volgende signaleringswaarden gelden:
• lager dan 0%: meest risicovol,
• 0%: neutraal,
• hoger dan 0%: minst risicovol.

5 – Belastingcapaciteit – Woonlasten meerpersoonshuishoudens
Dit kengetal geeft aan wat de woonlasten in de gemeente Brummen zijn, uitgedrukt in een percentage van het landelijk gemiddelde. De cijfers van de Brummense lokale lastenmonitor in de paragraaf A. Lokale heffingen, vormen de basis van de berekening.
De volgende signaleringswaarden gelden;
• hoger dan 105%: meest risicovol,
• tussen 95% en 105%: neutraal, 
• lager dan 95%: minst risicovol.

Beoordeling financiële kengetallen

Terug naar navigatie - B. Weerstandsvermogen en Risicobeheersing - Beoordeling financiële kengetallen

De financiële kengetallen laten en positieve ontwikkeling zien ten opzichte van de begroting 2024 en de jaarstukken 2023. Het verschil bij de netto-schuldquoten wordt veroorzaakt door hogere werkelijk baten en een lagere vaste schuld. Voor het onderdeel vaste schuld ruim € 10 miljoen positief verschil. De solvabiliteitsratio (verhouding eigenvermogen/balanstotaal) is verbeterd. Dit wordt veroorzaakt door het positieve rekeningresultaten 2023 en 2024. De structurele exploitatie laat in 2024 een nadeel zien. Deze wordt vooral veroorzaakt door de cijfers uit de bouwgrondcomplexen en de hoge budgettekorten bij de jeugdzorg. Zie de Financiële hoofdlijnen voor de grootste voor- en nadelen.