3. Subsidieplafonds
| Overzicht subsidieplafonds 2026 | |||
|---|---|---|---|
| Totaal van de plafonds per beleidsterrein | 2026 | 1e burap 2026 | 2e burap 2026 |
| Sport- en cultuurbeleid | € 1.691.384 | € 1.712.384 | € 1.722.209 |
| Beleid tot gezondheidsbevordering | € 437.062 | € 437.062 | € 437.062 |
| Beleid ter stimulering van sociale cohesie | € 99.137 | € 99.137 | € 99.137 |
| Lokaal onderwijsbeleid | Geen plafond | Geen plafond | Geen plafond |
| Veiligheidsbeleid | € 8.625 | € 8.625 | € 8.625 |
| Maatschappelijk beleid | € 1.416.212 | € 1.416.212 | € 1.416.212 |
| Minimabeleid | € 17.000 | € 17.000 | € 27.000 |
| Beleid m.b.t. cultuurhistorie | € 5.000 | € 5.000 | € 5.000 |
| Beleid (openlucht)recreatie en toerisme | € 66.369 | € 66.369 | € 66.369 |
| Totaal subsidieplafonds | € 3.740.789 | € 3.761.789 | € 3.781.614 |
In deze bijlage wordt het subsidieplafond per beleidsterrein als bedoeld in artikel 5, lid 1, van de Algemene Subsidieverordening Gemeente Brummen (INT16.3004, vastgesteld op 15 dec. 2016, RB160069) beschreven.
Sport- en cultuurbeleid
Bij de eerste bestuursrapportage was de indexatie voor Stichting Sportkompas niet juist verwerkt. Op basis van de afspraken ontvangen zij € 8.820 meer dan bij de vorige rapportage is vermeld.
Daarnaast ontvangt Stichting Welzijn Brummen € 1.005 meer voor cultuureducatie. Het aantal leerlingen is hoger dan verwacht.
Minimabeleid
Op 23 december 2024 heeft de gemeenteraad, met het vaststellen van de nota Minimaregelingen 2025–2028, besloten dat het college een subsidieregeling vaststelt om basisscholen financieel in staat te stellen extra buitenschoolse activiteiten met een maatschappelijk leerdoel te organiseren. De subsidieregeling is abusievelijk niet op route gebracht naar het college. Deze omissie is door het huidige college hersteld met het vaststellen van de subsidieregeling Maatschappelijke Leerdoelen. Basisscholen hebben hierdoor in 2025 geen beroep op de subsidieregeling kunnen doen zoals was bedoeld en is gecommuniceerd. Daarom stellen we hen in de gelegenheid om in 2026 alsnog het deel over 2025 aan te vragen.