In dit hoofdstuk nemen we u mee in de risico's en onzekerheden waar de gemeente mee te maken heeft. In het overdrachtsdocument dat u recentelijk heeft ontvangen, worden ontwikkelingen en risico's voor de gemeente integraal behandeld. Dit hoofdstuk is daar een aanvulling op.
Geopolitieke spanningen
Zoals we in het verleden hebben gemerkt, kunnen geopolitieke spanningen effecten hebben op de financiële positie van de gemeente, ondernemers en inwoners. Hierbij valt te denken aan de kosten en leveringszekerheid van grondstoffen voor grond-, weg- en waterbouw. Dit kan invloed hebben op de kosten en doorlooptijd van (fysieke) projecten. Een hogere energieprijs heeft direct consequenties voor de gemeentelijke budgetten. Ondernemers en inwoners kunnen hier ook last van ondervinden, waardoor een mogelijke ondersteuningsvraag ook indirect gevolgen heeft voor de gemeentebegroting. Tot slot maken recente ontwikkelingen ook duidelijk dat er een toegenomen dreiging is voor onze informatieomgeving. Dit maakt het des te belangrijker om de IT-beveiliging op orde te krijgen en houden.
Aflopen Integraal Zorgakkoord en Gezond en Actief Leven Akkoord en start Aanvullende Zorg en Welzijn Akkoord
Het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) lopen af in 2026. Deze gaan op in het Aanvullend Zorg- en Welzijn Akkoord (AZWA) en Hoofdlijnen Akkoord Ouderen (HLO). Per 1-1-2027 dienen deze akkoorden te worden uitgevoerd. Het AZWA en het HLO bevatten verplichten activiteiten die bijdragen aan de preventie infrastructuur en de versterking van de sociale basis. Deze akkoorden kennen een ander financieringssysteem, waar nog geen duidelijkheid over is vanuit de Rijksoverheid. Mogelijk worden de gelden hiervoor overgeheveld naar de gemeente via het gemeentefonds. De verwachting is dat bij het vaststellen van de begroting hier meer duidelijkheid over is.
Participatiewet in Balans
De huidige Participatiewet sluit onvoldoende aan bij de leefwereld van inwoners en de uitvoeringspraktijk van gemeenten. De wet is complex, streng in handhaving en biedt te weinig ruimte voor maatwerk, waardoor inwoners onzekerheid ervaren en professionals beperkt worden in hun vakmanschap.
Dit is de aanleiding voor het kabinet geweest om de wet te herzien. De Participatiewet in Balans omvat 20 samenhangende wetswijzigingen die vanaf 2026 gefaseerd worden ingevoerd. De herziening richt zich op meer rechtszekerheid, een stabieler bestaansminimum en grotere professionele ruimte voor gemeenten. De wijzigingen moeten leiden tot eenvoudiger regelgeving, voorspelbare uitvoering en meer mogelijkheden om af te wijken van standaardregels wanneer dat nodig is voor de menselijke maat. Ook worden procedures toegankelijker en wordt de financiële beoordeling van inwoners realistischer ingericht.
Voor gemeenten betekent dit dat beleid, processen en systemen opnieuw moeten worden ingericht. De impact is aanzienlijk, maar de herziening biedt tegelijkertijd kansen om de dienstverlening beter te laten aansluiten bij de behoeften van inwoners en om de uitvoeringspraktijk te versterken.
Wet van school naar duurzaam werk
De Wet van school naar duurzaam werk is ontwikkeld om de overgang van jongeren van onderwijs naar arbeidsmarkt structureel te versterken. Al langere tijd blijkt dat jongeren, vooral degenen met extra ondersteuningsbehoeften, moeite hebben om een duurzame plek op de arbeidsmarkt te vinden. De wet is ingevoerd om de overgang van school naar werk te verbeteren en jongeren eerder en effectiever te ondersteunen.
De wet richt zich op een nauwere samenwerking tussen onderwijsinstellingen, gemeenten en werkgevers. Gemeenten krijgen een sterkere regierol in deze aanpak, wat vraagt om een integrale werkwijze, duidelijke afspraken en een goed georganiseerd ondersteuningsaanbod.
De wet biedt daarmee kansen om jongeren eerder in beeld te krijgen, de dienstverlening te versterken en duurzame arbeidsparticipatie te bevorderen, terwijl tegelijkertijd de samenwerking in de regio wordt verstevigd.
Armoederegelingen
Internationale spanningen, zoals de conflicten in het Midden-Oosten en Oekraïne en toenemende handelsbelemmeringen, zetten de energieprijzen onder druk. Dit vertaalt zich in stijgende kosten van levensonderhoud. Met name de huishoudens met lage en middeninkomens worden daar hard door getroffen. Tegelijkertijd verkent het Rijk maatregelen om de overheidsfinanciën op orde te houden, waarbij aanpassingen in de sociale zekerheid niet worden uitgesloten. Deze samenloop van factoren vergroot naar verwachting de instroom in gemeentelijke ondersteuning en minimaregelingen, zowel in omvang als in diversiteit van de doelgroep. Het is belangrijk om hier als gemeente tijdig op te anticiperen.
Onderzoek Jeugdgezondheidszorg (JGZ)
In 2025 hebben 22 gemeenten in de GGD-regio Noord- en Oost-Gelderland (NOG) besloten om een onderzoek te laten uitvoeren naar de toekomstbestendigheid van de Jeugdgezondheidszorg in de regio. Het doel van het onderzoek is de jeugdgezondheidszorg op een toekomstbestendige manier in Noord- en Oost-Gelderland te organiseren. In het onderzoek staat centraal hoe de gemeenten hun inwoners het beste kunnen bedienen In de regio Noord- en Oost-Gelderland (NOG-regio) is de jeugdgezondheidszorg voor 0-18-jarigen verdeeld over vijf zorgorganisaties. Dit brengt inhoudelijke, organisatorische en financiële uitdagingen met zich mee. De JGZ 0-4 jaar is belegd bij Icare (Noord-Veluwe), Vérian (Midden-IJssel) en Yunio (Achterhoek, inclusief Lochem en Zutphen). De JGZ 5-18 jaar is belegd bij de GGD Noord- en Oost-Gelderland (GGD NOG). Apeldoorn heeft de JGZ 0-18 integraal belegd bij CJG Apeldoorn.
Het onderzoeksbureau concludeert dat een werkwijze met onderscheid 0-4 / 5-18 jaar op termijn niet houdbaar is. De Bestuurlijke Begeleidingsgroep, die het onderzoek begeleidt, heeft besloten om de overgebleven scenario’s (integrale JGZ 0-18 belegd bij de GGD en integrale JGZ 0-18 belegd bij private aanbieders) nader te onderzoeken. Naar verwachting worden de resultaten van het onderzoek in de zomer van 2026 verwacht en zal er in het najaar hierover besloten worden door de 22 gemeenten. De verdere uitwerking hiervan zal mogelijk gevolgen hebben voor de inrichting en financiering van de zorg in 2027.
Personeel krapte in de (jeugd)zorg
Het personeelstekort in de zorg heeft verstrekkende gevolgen. Wachttijden lopen op en de werkdruk neemt toe waardoor de kwaliteit van zorg onder druk staat. De toename van professionals die kiezen voor een zzp-status kan leiden tot hogere uitgaven en een gebrek aan continuïteit in de zorg.
Asielopvang
Brummen heeft vanuit het Verdeelbesluit een wettelijke verplichting om 350 asielopvang te realiseren. Hiervoor is sinds februari 2024 de Michaelshoeve als locatie in beeld. Ten tijde van het opstellen van de tekst van de Perspectiefnota is nog onzeker of COA de Michaelshoeve kan verwerven. Als de Michaelshoeve uit beeld verdwijnt als mogelijke opvanglocatie, dan zal er nieuwe locatie gevonden moeten worden. Ook zullen er dan opnieuw aanloopkosten worden gemaakt, waarvan dekking onzeker is. De reeds gemaakte aanloopkosten voor Michaelshoeve worden dan afgeboekt ten laste van de reserve Oekraïneopvang.
In een eerder stadium is de inschatting gemaakt dat voor het realiseren van een AZC van circa 120 plekken er aanloopkosten van circa € 1 miljoen moeten worden en dat dit vervolgens een structureel verlies op de begroting betekent van € 300.000 per jaar (zie onder andere raadsinformatiebrief D457476). Daarnaast kunnen er indirecte kosten zich voordoen voor bijvoorbeeld extra inzet bij burgerzaken en zorgkosten in het sociaal domein. Hier zouden nieuwe afspraken met het Rijk en COA over moeten worden gemaakt.
Opvang Oekraïense ontheemden
Met ingang van maart 2027 vervalt de huidige Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming en wordt nationale beleid van kracht. Hieronder krijgen Oekraïense ontheemden een ‘Transitiedocument’ met een tijdelijke verblijfsvergunning voor 3 jaar. Met het verblijfsrecht ontstaat ook recht op huisvesting, alsook recht op ondersteuning vanuit de Participatiewet. Momenteel voldoen niet alle opvangplekken aan de vereisten vanuit de Huisvestingswet. Wij onderzoeken op welke wijze wij- op basis van de huidige samenstelling van de groep ontheemden- kunnen voldoen aan de huisvestingsverplichting. Het Rijk stelt middelen beschikbaar vanuit de Doelgroep flexibele regeling voor onzelfstandige huisvesting. Ook zijn er nog middelen in de reserve Oekraïneopvang.
Huisvesting statushouders
In de aanloop naar de sluiting van de doorstroomlocatie op de Michaelshoeve per maart 2026, zijn alle statushouders die daar verbleven ondergebracht in reguliere huurwoningen. Hiermee hebben wij ook (nagenoeg) voldaan aan de huisvestingstaakstelling voor 2026.